YERSEKE – De uitvoering van het sociaal domein met inkoop van zorgtaken kán en moet efficienter en eenvoudiger - vinden de dertien Zeeuwse gemeenten. Tijdens een informatieve raadsbijeenkomst in zaal Ter Haere is de gemeenteraad van Reimerswaal dinsdagavond bijgepraat over de toekomst van de regionale samenwerking binnen het sociaal domein. "Er gaat jaarlijks 300 tot 400 miljoen euro in om. Dan moet het wél goed gebeuren", benadrukt wethouder Ad Meeuwsen. Toch is er haast bij: de nieuwe werkwijze zou al volgend jaar moeten ingaan.
Wethouder Meeuwsen en programmamanager Margreet van Heest presenteren het voorstel om de bestaande gemeenschappelijke regeling (GR) SWVO (Samenwerkingsverband Welzijnszorg Oosterschelderegio) uit te breiden, in plaats van een nieuwe, grootschalige constructie op te tuigen. Het sociaal domein omvat onder meer de uitvoering van de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) met huishoudelijke steun en maatwerkvoorzieningen voor ouderen; daarnaast valt sinds tien jaar ook de inkoop jeugdzorg onder gemeentelijke verantwoordelijkheid.
Meeuwsen moet het toegeven, merkt hij bij het begin van de bijpraatsessie op: "In de ruim drie jaar dat ik wethouder ben, merk ik hoe enorm ingewikkeld het sociaal domein is. En het wordt er alleen maar ingewikkelder op," stelt hij. Volgens de lokale bewindsman is het juist daarom noodzakelijk om de organisatievorm te vereenvoudigen. "We willen minder vergaderdruk en een betere uitvoering."
Modulaire opzet
Het nieuwe voorstel bouwt voort op de bestaande GR SWVO en kent een zogeheten modulaire opzet met deelpakketten. Gemeenten bepalen daarbij zélf welke taken ze regionaal beleggen. Volgens Meeuwsen biedt dit flexibiliteit zonder de bestuursstructuur onnodig uit te breiden. "Met deze opplussing van de bestaande GR gaan we de goede kant op, zonder opnieuw alles overhoop te gooien."
Haakjes en ogen
Raadslid Huib Bouwman (ChristenUnie) vraagt zich hardop af of het plan wel breed genoeg wordt gedragen binnen Zeeland. "Is het glas half vol of half leeg? Ik zie nogal wat haakjes en ogen." Van Heest erkent dat het proces zorgvuldig en gefaseerd verloopt, maar wijst op de toenemende interesse vanuit andere gemeenten. "Het gaat de goede kant op."
Begroting
Olaf Buteijn (CDA) merkt op dat de raad niet téveel op afstand mag staan van de sociale uitvoeringstaken. “Wat blijft er nog over van onze invloed? Zijn we straks alleen nog toeschouwer?” Van Heest benadrukt dat de raden hun bevoegdheden behouden, al was het maar bij toekenning van de gelden: “De begroting van de GR kan pas worden vastgesteld als driekwart van de gemeenteraden instemt. U heeft als raad een stevige stem.”
Té log
Jan-Kees Wielard (Leefbaar Reimerswaal) waarschuwt voor een te log samenwerkingsverband. “Met al die extra ‘plustaken’ wordt deze GR misschien wel erg log. Daar moeten we serieus naar kijken.” Volgens Van Heest voorkomt de modulaire opzet juist dat het systeem uit z’n voegen groeit. “Gemeenten kiezen zelf welke taken zij onderbrengen bij de GR. Dat houdt het overzichtelijk.”
Grip houden
Ook het toezicht op uitvoering komt aan bod. Hans van Stel (PvdA) vraagt zich af hoe de raad grip houdt op de uitvoering van bijvoorbeeld Wmo en jeugdzorg. Van Heest geeft aan dat er via adviescommissies en transparante rapportages juist meer zicht op komt. “We brengen meer helderheid aan.”
Grijs gebied
Leonard Harthoorn (SGP) benoemt een fundamenteel spanningsveld: “Er dreigt een grijs gebied te ontstaan tussen wat regionaal en wat lokaal is. Wie gaat daar straks over?” Van Heest erkent dat die spanning onvermijdelijk is: “Die afbakening zal altijd een beetje schuren. Maar we moeten het sámen doen, als Zeeuwse gemeenten én met onze zorgpartners.”