Nieuwsanalyse - De tragiek van de verliezende winnaar
10 juni, 2026
door: Han Verbeem
HEINKENSZAND / GOES - In zowel Borsele als Goes is de grootste partij door de kiezer beloond met winst. En in beide gevallen dreigt die overwinning uiteindelijk weinig op te leveren als het gaat om bestuurlijke invloed. Voor de Lokale Partij Borsele (LPB) krijgt dat verhaal inmiddels bijna een tragische lading.
De partij won in maart voor de tweede keer op rij de gemeenteraadsverkiezingen. Met zeven zetels werd LPB in maart opnieuw de grootste politieke kracht van de gemeente. Dit keer leek de weg naar het college bovendien open te liggen. Anders dan in 2022 mocht de partij het initiatief nemen in de formatie en werden serieuze gesprekken gevoerd met CDA en SGP/ChristenUnie. Maar waar de partij vier jaar geleden nog kon wijzen naar andere partijen die haar buiten de coalitie hielden, strandde de formatie dit keer tijdens het proces zelf.
Katalysator
Het afhaken van de beoogde LPB-wethouder Ad Martens blijkt de katalysator voor een vertrouwensbreuk met de onderhandelaars van CDA en SGP/ChristenUnie. Niet zozeer het vertrek zelf, maar vooral de manier waarop daarover wordt gecommuniceerd, leidde tot het afbreken van de onderhandelingen. De coalitiepartners voelen zich overvallen en besluiten verder te kijken zonder LPB. Daar blijft het niet bij. Enkele dagen later volgt een nieuwe klap als raadsleden Sam van der Hooft en Conny van der Borgt-de Jager de partij verlaten om verder te gaan als Beter Borsele. Daarmee verliest LPB niet alleen haar coalitiekansen, maar ook een deel van haar raadsfractie. De grootste partij van Borsele staat nu op achterstand.
Verwachtingen
Wie denkt dat dit een typisch Borsels verhaal is, hoeft maar naar Goes te kijken. Daar werd Nieuw Goes in maart de grootste partij. Ook daar leeft bij veel kiezers de verwachting dat verkiezingswinst automatisch zou leiden tot een plek aan de bestuurstafel. Dat bleek niet het geval. Na verkennende gesprekken concluderen de andere partijen dat er onvoldoende vertrouwen bestaat voor een coalitie met Nieuw Goes. Een extra gespreksronde om de verhoudingen te herstellen leverde geen doorbraak op. Uiteindelijk kiezen CDA, SGP/ChristenUnie, VVD en D66 voor een coalitie zónder de verkiezingswinnaar. Net als in Borsele draait ook in Goes de discussie niet primair om inhoudelijke verschillen, maar om bestuurlijke stabiliteit en onderling vertrouwen.
Winnen is nog niet besturen
De politieke realiteit schuurt soms met de stembusopdracht van kiezers. In het lokale bestuur wordt een verkiezing niet beslist op de avond van de uitslag. Die bepaalt wie de grootste wordt, maar niet wie gaat besturen. Uiteindelijk draait coalitievorming om meerderheden én om de bereidheid van partijen om met elkaar samen te werken. Dat betekent dat een verkiezingswinnaar niet automatisch aanschuift in het college. Sterker nog: een partij kan de meeste stemmen halen en toch in de oppositie belanden.
Geen zin in lokaal
Voor LPB is dat niet voor het eerst. In 2022 werd de partij als grootste partij na de verkiezingen gepasseerd. En in Goes kwam Nieuw Goes in 2022 weliswaar in het college, maar twee jaar later volgde alsnog de breuk en moest Nieuw Goes-wethouder en partijvoorman Martijn Vermeulen plaatsmaken voor de gewezen CDA-wethouder Joost de Goffau. Ook na de verkiezingen van maart 2026 wordt pijnlijk duidelijk dat de landelijke partijen geen zin hebben in de localo's. Nieuw Goes leidt aanvankelijk de formatie, maar staat in het formatieproces uiteindelijk alleen. Ook voor de Partij van Goes, de tweede lokale partij in de gemeente, is ditmaal geen plaats in het nieuwe college.
Verdeling van de macht
Op papier zijn zowel LPB als Nieuw Goes de grote winnaars van de verkiezingen. Zij kregen immers de meeste stemmen van de kiezer. Maar politiek succes wordt uiteindelijk niet alleen afgemeten aan zetels. Ook de vraag of een partij die positie weet om te zetten in bestuurlijke invloed speelt mee. Juist daar wringt het in zowel Borsele als Goes. De kiezer geeft beide partijen een sterke uitgangspositie, maar het zijn anderen die de colleges vormen, de wethouders leveren en de koers van de gemeenten bepalen. De verkiezingen leveren de grootste partijen op. De formatie wijst uiteindelijk de bestuurders aan.